boekomslag Mel Wallis de Vries - Wild

Eindexamenreis naar Spanje. Het lijkt een droom die uitkomt voor een groep van zeven jongeren. Samen besluiten ze om een nachtje te gaan kamperen in een onherbergzaam natuurgebied. Al snel verandert de droom in een nachtmerrie. Om te overleven, zijn ze op elkaar aangewezen. Naarmate de dagen verstrijken, maken frustratie en angst zich meester van de groep…

Boekinformatie
Schrijver: Mel Wallis de Vries
Titel: Wild
Uitgeverij: De Fontein
Jaartal: 2018
Bladzijden: 232
Genre: thriller
Leeftijd: 12+

ikvindlezenNIETleuk meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Over het verhaal

‘Sorry, mam, ik was de tijd vergeten,’ zeg ik, terwijl ik de trap af loop en mijn koffer achter me aan zeul. ‘Ik was nog even aan het filmen.’
‘Geeft niet, lieverd.’ Mijn moeder staat in een beige badjas halverwege de trap op me te wachten. ‘Geef die koffer maar aan mij, straks val je nog.’
Ik glimlach. ‘Thanks, mam.’
Ze loopt met mijn koffer naar de hal. ‘Wil je nog wat ontbijten?’
Ik schud mijn hoofd, ik zou nu geen hap door mijn keel kunnen krijgen.
‘Dat dacht ik al,’ zegt ze glimlachend. ‘Ik heb een paar boterhammen voor je gesmeerd voor als je straks honger krijgt.’ Ze stopt een plastic zakje met boterhammen in mijn tas. ‘En je paspoort en wat extra geld zitten in dit zwarte tasje. Ik heb er ook een briefje in gedaan met telefoonnummers voor in noodgevallen, oké?’
‘Oké,’ mompel ik.
‘En als je heimwee hebt, dan komen papa en ik je ophalen, hoor.’
‘Mam, doe niet zo gek,’ zeg ik. ‘We gaan maar een weekje weg.’
‘We hebben je een keer van schoolkamp moeten ophalen omdat je zo’n heimwee had.’ Ze geeft me een aai over mijn haren. ‘Weet je nog?’
‘Toen zat ik in de brugklas!’ roep ik uit. Ik voel mijn wangen rood worden. Ik zie mijn klasgenoten nog lachen toen ik door mijn ouders bij de kampeerboerderij in Friesland werd opgehaald, hoe ze hun gezichten van me wegdraaiden. Ik hoorde er meteen niet meer bij… In de auto terug voelde ik me zo stom. Wat had ik gedaan?
Buiten hoor ik getoeter.
‘Daar zijn ze,’ zegt mijn moeder, en ze opent de voordeur. (blz. 10)

Het is vroeg in de ochtend en Britt wordt opgehaald door Rosalie en haar moeder. Ze gaat met Rosalie en vrienden van haar op vakantie naar Spanje.

Een paar weken geleden vroeg Rosalie opeens of ik mee wilde op vakantie naar Zuid-Spanje. Ze noemde alle namen op van de mensen die meegingen: Eva, Jack, Fabian, Liv.
Ik kende alleen Liv. Niet echt, maar van de verhalen die Rosalie altijd over haar vertelde sinds ze in de vierde bij Liv in de klas was gekomen… Liv was zo aardig. Liv woonde in een supergroot huis. Met Liv kon je zooo lachen.
Soms had ik wel eens het idee dat Rosalie was vergeten dat ik ook nog bestond. En nu moest ik opeens mee op vakantie met allemaal mensen die ik niet kende van een andere school? Sprakeloos staarde ik haar aan, omdat ik, nou ja, sprakeloos was.
Blijkbaar had Rosalie deze reactie verwacht, want ze had haar antwoord meteen klaar: ‘Joh, wat maakt het nou uit dat je niemand kent? Ik ken ze ook niet allemaal. Het wordt echt een supervette vakantie. We gaan naar de villa van Livs ouders. Ze hebben echt een megagroot zwembad. En we hoeven alleen de tickets te betalen. Kom op, Britt, ga gewoon mee. Anders zit je toch maar thuis te niksen.’
Daar had Rosalie een punt. Ik had geen andere plannen. Niemand anders had me tot dan toe gevraagd, en dat zou waarschijnlijk ook niet meer gaan gebeuren…
Dus zei ik aarzelend ‘ja’, terwijl ik eigenlijk ‘nee’ dacht.
En nu zit ik eraan vast… (blz. 12)

Britt kent de vrienden van Rosalie niet, maar ze heeft toch ‘ja’ gezegd. Daar heeft ze nu, onderweg naar het vliegveld, wel spijt van. Het lijkt wel of Rosalie alleen maar met haar telefoon bezig is. Maar het wordt vast een leuke vakantie…

Ik hield van de zomervakanties in dit huis. Maar toen kreeg mijn vader het steeds drukker met zijn werk en bleef er steeds minder tijd over om met z’n drietjes naar Spanje te gaan. Of om andere leuke dingen te doen. Ik was tien toen we hier voor de laatste keer zijn geweest. Het lijkt zo lang geleden dat ik dat kleine meisje was. Dat ik gewoon gelukkig was…
Ik zou er echt alles voor overhebben om nu mijn moeders hand weer vast te kunnen houden, al was het maar voor een paar seconden. En dat ze dan in mijn oor zou fluisteren: ‘Alles komt goed, Liv, geen enkel probleem is zo groot dat het niet opgelost kan worden.’ Maar mijn moeder had vanochtend niet eens tijd om me uit te zwaaien op Schiphol, omdat ze vroeg naar haar werk moest.
Ik wrijf in mijn ogen om te voorkomen dat er een traan ontsnapt. Ik ben zo bang voor morgen. Zo bang voor alles.
Met een trillende vinger toets ik de code van het alarm in. Een piepje klinkt en op het display verschijnt: Alarm buiten gebruik. Ik probeer het nog een keer, maar weer verschijnt dezelfde melding.
Het alarm staat helemaal niet aan, schiet door mijn hoofd. Ik staar nog een paar tellen naar het alarmkastje en draai me dan om. Langzaam loop ik terug naar de keuken. Ergens in het huis kraakt iets, en ik voel een tochtvlaag langs mijn blote benen strijken.
Ik weet niet waarom, maar mijn hart gaat sneller kloppen. Het huis lijkt opeens amper meer op het huis uit mijn herinneringen; het is groot en afstandelijk geworden, een beetje eng, zelfs. Met grote stappen loop ik verder. Mijn eigen schaduw beweegt zenuwachtig over de muur met me mee. Half rennend leg ik het laatste stukje af, en ik struikel bijna als ik de keukendeur opentrek. (blz. 32)

Vanaf het vliegveld in Spanje hebben ze een taxi genomen. Liv heeft de taxichauffeur de weg gewezen, want het huis ligt bij een natuurgebied aan een onverharde weg. Liv doet de deur open en ze gaan allemaal naar binnen. De kamers worden verdeeld en daarna gaan ze wat drinken bij het zwembad. Het is heerlijk weer. Dit gaat een leuke vakantie worden!

De volgende ochtend is iedereen moe en brak van de alcohol. Ze besluiten om een paar dagen te gaan kamperen in het natuurgebied vlakbij. Ze pakken hun spullen in en vertrekken.

‘Hier slaan we af.’ Jack wijst naar een overwoekerd paadje dat tussen de bomen door slingert.
‘Geef me daar één goede reden voor,’ zeg ik, en ik veeg met de achterkant van mijn hand mijn bezwete voorhoofd af. Het laatste halfuur liep de route steil omhoog, langs een diepe afgrond en een rivier. Iedereen was er stil van, zo ruig en indrukwekkend mooi was het landschap. Heel soms kwamen we andere wandelaars tegen, maar het grootste gedeelte van de tijd leek het alsof wij de enige mensen in het gebied waren.
‘We kunnen natuurlijk niet onze slaapzakken langs de hoofdroute neerleggen, wildkamperen is hier verboden,’ zegt Jack. ‘Maar er is niemand die het ziet als we een klein stukje in de bush ons kamp opslaan.’ Hij trekt een wenkbrauw op en kijkt me spottend aan. Geef me maar eens ongelijk.
Ik moet lachen. Vroeger wilde Jack ook al altijd zijn zin krijgen. Blijkbaar is dat niet veranderd. Mijn ouders hebben me vaak voor hem gewaarschuwd. Hij is onbetrouwbaar, hij komt uit een ander milieu, hij is niet zoals jij bent. Ik denk dat ze vooral bang waren dat ik door hem ook zou gaan roken en drinken.
Ergens begrijp ik het wel. Ik denk dat ik later als vader mijn kinderen ook ga waarschuwen voor types als Jack. Maar als vriend is hij geweldig. Gelukkig kan Liv ook goed met hem opschieten. Ze hebben elkaar op mijn verjaardag voor het eerst ontmoet, en daarna hebben we nog een paar keer wat met z’n drietjes afgesproken.
‘Oké, goed punt,’ zeg ik. ‘Het zou inderdaad een beetje onverstandig zijn om langs een van de hoofdroutes te gaan kamperen.’
Jack knikt tevreden. ‘That’s what I said.’
‘O nee, moeten we echt het bos in? Grapje, toch?’ jammert Rosalie. ‘Ik ben supermoe. En mijn voeten doen pijn. En ik heb honger.’
Ik kijk naar haar verongelijkte gezicht. Ze ziet eruit alsof ze op de kermis werkt in haar knalrode topje, idioot korte spijkershort, en met haar zwaar opgemaakte gezicht. Ik snap niet wat Liv leuk aan haar vindt.
‘Kom op, Rosalietje, we lopen nog max een halfuurtje,’ zegt Jack. ‘Dat lukt toch nog wel? En anders doe je het voor mij, oké?’
Het is alsof hij ergens op een knopje drukt, Rosalie begint meteen te giechelen. ‘Oké, maar langer dan een halfuur trek ik echt niet. Anders moet je me tillen.’
‘Deal,’ zegt Jack en zijn mondhoeken krullen omhoog.
Rosalies gezicht wordt net zo rood als haar topje. Zou ze echt denken dat hij haar leuk vindt? Ik krijg bijna medelijden met haar.
‘Eh, jongens, sorry.’ Ik hoor Eva haar keel schrapen. ‘Ik… Ik wil even wat zeggen.’
We draaien allemaal ons hoofd in haar richting. Eva’s rode krullen plakken aan haar bezwete gezicht en haar wijde grijze T-shirt zit onder de vlekken. Ik krijg een beetje medelijden met haar, zo verfrommeld ziet ze eruit.
‘K-kunnen we niet beter op de gemarkeerde route blijven?’ zegt ze, terwijl ze aan de zoom van haar T-shirt frunnikt en iedereen met grote, glanzende ogen aanstaart. ‘Ik heb vanochtend wat dingen op Google opgezocht. Dit gebied is vier keer zo groot als de provincie Noord-Holland. Als we hier verdw–’
‘Ja, ik weet hoe groot het hier is,’ onderbreekt Jack haar, naar mijn mening botter dan nodig is. ‘Daarom heb ik in het huis een kaart gedownload. We zijn nu hier. Kijk maar.’
We kijken allemaal naar het scherm van zijn telefoon.
Jacks vinger wijst naar een lichtgroene vlek. ‘Dit stuk hebben we net gelopen.’ Zijn vinger verplaatst zich over een dikke witte lijn. ‘En nu gaan we dit paadje nemen.’
Met zijn wijs- en middelvinger zoomt hij in. In het groen is een dun lijntje zichtbaar. Op het kaartje van Google Maps ziet het er heel betrouwbaar uit. (blz. 63)

Vinden ze een leuke kampeerplek? Vinden ze de weg weer terug naar huis? Wordt het een leuke vakantie?

Mening over het boek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Ik heb al andere boeken van deze schrijver gelezen, dit boek was een van de genomineerde boeken voor de Prijs van de Jonge Jury
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, geheimzinnig, spannend, verrassend
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
Er zijn meerdere hoofdpersonen, namelijk Britt, Rosalie, Liv, Eva, Fabian en Jack
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
nee, ik geloof niet dat ik iemand wil ontmoeten
Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af ergens in de bergen in Spanje
Wat vind je leuk aan dit boek?
het is een spannend en verrassend verhaal
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
Ik vind het niet leuk dat de jongeren verdwalen in de bossen
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Dit boek won de Prijs van de Jonge Jury
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor jongeren vanaf 12 jaar die houden van spannende en verrassende verhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen