boekomslag Edward van de Vendel - Het kankerkampioenschap voor junioren

Max is vijftien als ontdekt wordt dat hij kanker heeft. Vanaf dat moment springt hij in de strijdhouding: dit gaat hij overleven. Hoe hem dat lukt vertelt hij in dit boek – alsof hij tegenover je zit. Max’ verhaal is grappig, maar ook intiem en eerlijk. Hij neemt je mee naar feesten en chemokuren, naar het voetbalveld en naar de stilte van de nacht. Of, zoals Max zelf zegt: ‘Er komt bloed in voor en het gaat flink stinken. Maar er is ook vriendschap en liefde en zo. Ik vertel het hele verhaal, ik vertel alles wat er gebeurd is. Ik weet nu dat dat belangrijk is.’ Roy Looman (inmiddels twintig) vertelde zijn levensverhaal aan schrijver Edward van de Vendel. Op basis van hun vele gesprekken schreef Edward daarna dit boek.

ikvindlezenNIETleuk meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek…

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Over het verhaal

Dit is het ziekste spelletje dat ik ooit heb gespeeld – maar ik kan ongelooflijk slecht tegen mijn verlies, dus ik ga niet dood. Dan weet je dat alvast. Ik vertel het hele verhaal, ik vertel alles wat er gebeurd is. Ik weet nu dat dat belangrijk is. Er komt bloed in voor en het gaat flink stinken. Maar er is ook vriendschap en liefde en zo. O, en als je volhoudt beloof ik je dit: aan het eind ga ik naakt. Goed, daar gaan we. Het begon… Het begon op twee verschillende manieren. Ik zet ze hier onder elkaar, maar eigenlijk zou je ze tegelijkertijd moeten lezen. (blz. 7)

Dit is het verhaal van Roy. In het boek heet hij Max. Hij is vijftien jaar. Hij gaat naar een feestje en kijkt in de spiegel hoe hij er uitziet. Dan ziet hij dat zijn shirt scheef hangt. Hij trekt zijn shirt weer recht, maar hij verschuift weer. Max kijkt beter in de spiegel en ziet dat er een bobbeltje boven zijn sleutelbeen zit. Hij wist meteen dat dit niet goed was. Hij laat het aan zijn moeder zien. Ze vertrouwt het niet en een paar dagen later hebben ze een afspraak bij de huisarts.

Ik werd op een verstelbaar bed gezet, en de assistente voelde in mijn nek. Heel luchtig en onbezorgd zei ze: ‘Dat lijkt mij een vergrote lymfeklier. We gaan over een dag of vijf even bloed laten prikken. Het kan Pfeiffer zijn. Of een infectie.’ Ik wipte al bijna als een blije reuzenvogel van dat bed af. Maar toen kwam de huisarts zelf binnen. ‘Hé,’ zei hij, ‘hoi. Mag ik ook even voelen?’ Hij keek meteen veel ernstiger dan zijn assistente. ‘Dat bloedonderzoek doen we vandaag,’ zei hij. En hij maakte meteen een afspraak bij het onderzoekscentrum in de stad. Voor diezelfde ochtend nog. Hij maakte er ook een in het ziekenhuis, voor de dag erna, een echo. Het zweet begon in dubbele hoeveelheden uit mijn oksels te stromen, ik moet er daar een flink stinkhok van gemaakt hebben. Maar de dokter zei: ‘Maak je niet druk. Een Pfeifferconstatering duurt vijf dagen, dus ik bel de uitslag dan ergens in de loop van de week aan jullie door.’ Ik zal je zeggen: de toon waarop iemand iets zegt is veel bepalender dan wat hij zegt. En die toon zei: dit heb ik onder controle. (blz. 16)

Helaas is het geen Pfeiffer. De huisarts denkt dat hij kanker heeft en er wordt een afspraak gemaakt in het ziekenhuis.

Bij het ziekenhuis moest ik eerst weer ingeschreven worden. Ze maakten een nieuwe foto – eentje waarop ik een crackhead leek. Daarna begon de hele serie onderzoeken opnieuw. En ook het wachten. Overal hingen posters van een kinderachtig figuurtje dat bestond uit een cirkel met een pet en twee onhandig getekende beentjes. Ik ben Chemo-Kasper en ik jaag op slechte cellen. Kneus, dacht ik, als jij me ooit moet gaan helpen, heb ik er nu al geen vertrouwen meer in. Het voelde goed om los te gaan op dat stomme chemomannetje, ik zag mezelf dat brilletje van zijn kop slaan, het doormidden breken en er een tapdansje op doen. ‘Hé, je lacht,’ zei mijn moeder. Ik bromde: ‘Ik moet toch wat.’ (blz. 26)

En de huisarts had gelijk. Max heeft kanker, leukemie om precies te zijn. In het boek vertelt hij over zijn ervaringen in het ziekenhuis en hoe zijn leven hierdoor veranderde.

Mening over het boek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Heb je het boek uitgelezen?
Ja
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
grappig, ontroerend, zielig
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Zitten er plaatjes (illustraties) in het boek?
Nee
Wat vind je leuk aan het boek?
Het verhaal is gebaseerd op het leven van Roy. Hij kreeg leukemie toen hij 15 jaar was. In het boek vertelt hij vol eerlijkheid over hoe het was, over de slechte en goede momenten. Ik heb zelf schildklierkanker gehad en vond het een herkenbaar boek. Ik heb om sommige stukken tekst erg gelachen
Wat vind je niet leuk aan het boek?
Het feit dat Roy leukemie heeft is natuurlijk niet leuk
Is er iemand uit het boek die je in het echt zou willen ontmoeten? Wat zou je dan samen gaan doen?
Roy, ik ben benieuwd hoe het nu met hem gaat
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Dit is volgens mij een boek dat veel jongeren moeten lezen. Het is geen zielig boek over ziek zijn, maar een grappig en eerlijk verhaal over een minder leuke periode uit het leven van Roy. Het is realistisch en waargebeurd. Ik vind het jammer dat dit boek in de bibliotheek bij de studieboeken staat onder het kopje ‘kanker’. Dit lijkt mij niet de plek waar het boek snel gevonden wordt…
Dit boek is een van de leestips voor de Jonge Jury en ik denk dat iedereen het moet lezen! Want mensen met kanker zijn niet eng 😉
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Zitten er moeilijke woorden in het boek?
Weet ik niet
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor jongeren vanaf een jaar of 14