boekomslag Jan Terlouw - Oorlogswinter

Het is de ijskoude winter van 1944/1945. Nederland is bedekt door een dik pak sneeuw. De Tweede Wereldoorlog is nog in volle gang. In het westen van Nederland heerst grote honger. In een dorpje in de buurt van Zwolle woont de veertienjarige Michiel, die niet kan wachten tot hij iets kan betekenen in het verzet. Dit tot ergernis van zijn vader, die als burgemeester vooral bezig is om escalaties in het dorp te voorkomen. Als zijn buurjongen Dirk, die meedoet aan een overval op het munitiedepot, aan Michiel vraagt of hij een brief aan iemand wil bezorgen als het mis mocht gaan, voelt hij zich eindelijk serieus genomen. Maar de overval blijkt verraden, Dirk wordt opgepakt en degene bij wie hij de brief moet bezorgen, is doodgeschoten door de Duitsers. Michiel moet uitgaan van zijn eigen kracht. Hij leert al snel dat goed en kwaad dicht bij elkaar liggen. Dat oorlog misschien spannend lijkt maar vooral ook gruwelijk is. Met zijn eenzaamheid groeit ook zijn onafhankelijkheid. Michiel moet als een volwassen man zijn eigen beslissingen nemen. Die laatste oorlogsmaanden zal hij zijn hele leven met zich meedragen…

ikvindlezenNIETleuk meer info over boek

Over het boek

Wat was het toch allemachtig donker.
Voetje voor voetje, met één hand tastend voor zich uit, zocht Michiel zijn weg over het verharde fietspad, dat naast het karrenpad liep. In zijn andere hand droeg hij een katoenen tas, met twee flessen melk erin. ‘Nieuwe maan én zwaar bewolkt,’ mompelde hij. ‘Hier moet de boerderij van Van Ommen zijn.’ Hij tuurde naar rechts, maar hoe hij zich ook inspande, hij zag niets. De volgende keer gá ik niet meer als ik de knijpkat niet mee krijg, dacht hij. Dan zorgt Erica maar, dat ze om halfacht thuis is. ‘t Is geen doen zo.
De gebeurtenissen gaven hem gelijk. Hoewel hij niet sneller liep dan een halve kilometer per uur, stootte hij met de tas tegen een van de paaltjes die hier en daar stonden, zodat de boerenwagens niet over het fietspad konden rijden. Verdorie! Voorzichtig voelde hij met zijn hand. Nat! Een van de flessen was gebroken. Wat zonde van die kostelijke melk. Danig uit zijn humeur, maar nog behoedzamer dan eerst, ging hij verder. Mensenlief, wat zie je weinig als het zo donker is. Vijfhonderd meter van huis was hij en hij kende bij wijze van spreken iedere steen. En toch zou hij de grootste moeite hebben om voor achten binnen te zijn. (blz. 5)

Michiel is 16 jaar. Het is 1944 en de oorlog in Nederland is al jaren aan de gang. Michiel woont met zijn ouders en zus in een dorpje in de buurt van Zwolle. Zijn vader is burgemeester. Bij hun in de omgeving is nog genoeg eten te vinden, maar ze merken aan de dagelijkse bezoekers dat dat in het Westen van het land niet zo is.

Avond aan avond, om een uur of zeven, werd er vele malen gebeld. Dan stond er bijvoorbeeld een onbekend persoon op de stoep die stralend riep: ‘Hallo zeg, hoe is het met jullie. Herken je me niet? Miep, uit Den Haag. Ik heb zó dikwijls aan jullie gedacht.’ Je zou erom lachen als het niet zo doodzielig was. Want Miep bleek dan een dame te zijn die vader en moeder één keer als mevrouw Van Druten hadden ontmoet bij een wederzijdse kennis. Maar als je dan zag dat Miep ondervoed was, dat ze aan het eind van haar krachten was, dat ze helemaal uit Den Haag was komen lopen op versleten gymnastiekschoenen, en dat allemaal om een paar kilo aardappels uit Overijssel te halen voor de kinderen van haar dochter, dan zei je: ‘Natuurlijk, tante Miep, zal ik maar zeggen, kom toch binnen, hoe is het ermee,’ en dan gaf je haar een kop erwtensoep en een plaatsje bij de carbidlamp en een bed, of ten minste een matras op de grond, voor de nacht. (blz. 8)

Door de oorlog is het dagelijks leven veranderd. Michiel zou naar school moeten, maar dat is te gevaarlijk. Nu houdt Michiel zich met heel andere dingen bezig…

Michiel was al maanden niet meer naar school geweest. Officieel was hij overgegaan naar de vierde klas van het lyceum in Zwolle, maar hij kon er niet meer komen. De eerste dag na de zomervakantie had hij het nog geprobeerd met de trein. Dat was een mooie tocht geworden. Bij Vlankenerbroek was een vliegtuig over de trein komen cirkelen. De trein was gestopt en alle passagiers waren uitgestapt en een eind het bouwland ingevlucht, terwijl de Engelse jager laag over hun hoofden raasde. Maar de Engelse en Amerikaanse piloten waren er niet op uit Nederlandse burgers dood te schieten. Ze wilden alleen alle vervoermiddelen van de Duitsers uitschakelen.
Toen de passagiers ver genoeg waren, dook de jager een paar maal laag over de locomotief en doorzeefde die met kogels.
En daarmee waren de tochten naar Zwolle afgelopen. Met de fiets ging het ook niet, want er waren geen luchtbanden te krijgen. En om nu iedere dag zo’n eind op houten banden te gaan… Bovendien vonden Michiels ouders het te gevaarlijk.
Niet naar school dus, beslisten ze. Dat was een van de weinige dingen die ze nog voor hun zoon beslisten. Voor het overige was hij vrijwel zelfstandig. Dat kwam door de oorlog. Hij trok erop uit en kwam terug met boter, eieren en spek. Hij werkte bij de boeren. Hij dreef zijn eigen handeltje. Hij repareerde voor de trekkers uit de stad de kaduke kruiwagens, karretjes en rugzakken. Hij wist enkele joodse onderduikers te zitten. Hij wist vrij precies wie een clandestiene radio had. Hij wist dat Dirk bij de geheime ondergrondse strijdkrachten was aangesloten. Het was niet erg, dat hij van deze gevaarlijke dingen op de hoogte was. Hij was van nature gesloten en hij had er geen behoefte aan om over wat hij wist te kwebbelen. (blz. 15)

Dirk vertelt Michiel dat hij samen met twee anderen een overval gaat plegen. Hij vraagt Michiel om een brief voor hem te bewaren. Als hij wordt opgemaakt moet Michiel deze brief naar iemand brengen. Een paar dagen later wordt Dirk inderdaad opgemaakt, maar als Michiel de brief weg wil brengen blijkt deze man ook opgepakt te zijn. Michiel besluit de brief te lezen. Dirk zorgt voor een gewonde Britse piloot. Niemand weet hier van. Michiel neemt zijn taak over. Hij doet zijn best om te zorgen dat niemand iets zal merken. Zal dat lukken? Hoe lang zal de oorlog nog duren? Wat maakt Michiel nog meer mee?

Mening over het boek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Heb je het boek uitgelezen?
Ja
Als je het boek niet hebt uitgelezen: waarom niet? Wat vond je niet leuk aan het boek?
n.v.t.
Wat vind je van het boek?
★★★★☆ – goed
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik heb al andere boeken van deze schrijver gelezen
Welke steekwoorden passen bij het boek?
realistisch, spannend, zielig
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Zitten er plaatjes (illustraties) in het boek?
Nee
Heb je net ‘ja’ ingevuld? Waarvoor worden de plaatjes gebruikt?
n.v.t.
Wat vind je van de plaatjes? Passen ze bij de tekst?
n.v.t.
Wat vind je leuk aan het boek?
Het is een spannend verhaal dat zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog
Wat vind je niet leuk aan het boek?
Sommige woorden zijn inmiddels ouderwets. Het boek is dan ook al uit 1972
Is er iemand uit het boek die je in het echt zou willen ontmoeten? Wat zou je dan samen gaan doen?
Ik wil de schuilplaats van de Engelse piloot wel zien
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
Dit boek is nu voor 1 euro te koop bij boekwinkels, via de actie ‘Geef mij maar een boek’ (website). Vanaf dit jaar zal er elk jaar een klassiek (en belangrijk) Nederlands jeugdboek opnieuw worden uitgegeven. Hierdoor kunnen alle kinderen een bibliotheek bouwen met mooie jeugdboeken
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Zitten er moeilijke woorden in het boek?
Ja
Heb je net ‘ja’ ingevuld? Kun je dan een voorbeeld geven van moeilijke woorden? Wat heb je gedaan toen je deze woorden tegenkwam?
Vooral ouderwetse woorden zoals knijpkat, carbidlamp, kaduke, clandestiene
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ja, ik wil het boek nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor jongeren vanaf 10-12 jaar die meer willen weten over hoe het was in de Tweede Wereldoorlog