Hiroko Oyamada – De Fabriek (1e recensie)

Drie kersverse werknemers moeten hun weg zien te vinden in een gigantische fabriek in een naamloze Japanse stad. Een uitgebluste uitzendkracht, wier enige taak het is om de papierversnipperaar dag in, dag uit van papier te voorzien. Een voormalig ict’er, die stapels onbegrijpelijke drukproeven moet corrigeren. En een in mos gespecialiseerde bioloog, die een project mag optuigen om de fabrieksgebouwen van groene daken te voorzien. Hun banale werkzaamheden hebben gemeen dat het doel ervan ondoorgrondelijk blijft. De uren, dagen, en misschien wel jaren rijgen zich aaneen. Waar houdt de fabriek op, en waar begint de rest van de wereld? Na verloop van tijd worstelen de drie arbeidskrachten met de meest existentiële vraag van allemaal: wat deed ik hier ook al weer?

ikvindlezenNIETleuk meer info over boek

Over het verhaal

De Fabriek is grijs en wanneer ik de kelderdeur opendoe, ruik ik vogels. ‘Ik heb een afspraak vandaag om veertien uur, ik kom voor het sollicitatiegesprek.’ Meteen voorbij de deur naar deze ondergrondse ruite zie ik een bordje met RECEPTIE PRINTAFDELING en daaronder zit een dikke vrouw van middelbare leeftijd. Ze knikt zonder me aan te kijken, neemt de hoorn van het telefoontoestel en belt een binnenlijn. Haar lippenstift is hier en daar afgeschilferd. ‘De verantwoordelijke komt zo,’ zegt ze. Onmiddellijk daarop verschijnt een man in pak met een donkerrood, rechthoekig gezicht, ook hij van middelbare leeftijd. Dat ws een wel erg korte binnenlijn. Hij heeft een envelop bij zich, met CV erop gestempeld. Daarzin zitten de documenten die ik van tevoren heb opgestuurd: mijn curriculum vitae en verdere informatie over mijn werkervaring. ‘Ik ben Goto van het bijkantoor van de Printafdeling. Dank u voor uw komst vandaag.’ ‘Ushiyama is mijn naam. Dank u voor uw tijd.’ (blz. 5)

Yoshiko Ushiyama heeft een sollicitatiegesprek bij de Fabriek. Ze heeft gereageerd op een vacature op de printafdeling. Tijdens het gesprek blijkt dat de vaste functie waarop ze solliciteert niet meer bestaat, maar ze kan wel hetzelfde werk gaan doen als invalkracht.

Ik moet alleen beslissen of ik genoegen neem met deze voorwaarden of ze weiger. Maar ben ik wel in een positie om er geen genoegen mee te nemen? Ook al is het dan betaald per uur, ook al is het dan niet vast, ook al is het wellicht fysieke arbeid waar ik geen ervaring mee heb, dat vandaag de dag iemand tegen me zegt, dat ik aan de slag mag, en dan nog in de Fabriek ook, dat is niet slecht, toch? Is het in zekere zin geen gunst? ‘Met wat voor taken zal ik concreet belast zijn?’ ‘Assisentie bij het drukwerk.’ Ik stel me daarbij dingen voor als papier uit de verpakking halen en ordenen, of lege toners vervangen.
Het werk dat me wordt toegewezen is documenten vernietigen in een versnipperaar. Ergens achter in de ondergrondse ruimte, op een plek die Versnipperplaats heet en waar een reeks papierversnipperaars staat, zal ik de hele dag een versnipperaar bedienen als lid van de Versnipperploeg. Desgewenst kan ik dat werk zevenenhalf uur aan één stuk doen. (blz. 13)

Ushiyama besluit om het werk te gaan doen. Ze komt te werken in een ruimte in de kelder van een van de vele gebouwen van de Fabriek. Er staan meerdere papierversnipperaars in deze ruimte en Ushiyama moet een van deze versnipperaars van papier voorzien. Dagelijks komen er meerdere papiercontainers naar deze afdeling om versnippert te worden.

‘Je hebt het opeens gemaakt in de wereld, hè, Furufue? Van biologisch onderzoeker naar een vaste baan in de Fabriek. Dat gebeurt niet zo vaak,’ hadden ze gezegd, maar stellen dat ik het gemaakt zou hebben louter vanwege een aanstelling in de Fabriek, is nogal bespottelijk toch? Ze zullen me wel een geuksvogel vinden, maar zelf zie ik dat anders, dus elke jaloerzie is misplaatst. Ik had liever op de universiteit blijven classificeren. ‘Taxonomie, dat is als studiegebied ten dode opgeschreven. Ook voor biologie. Genenn of zo, dat is een ander verhaal, maar het classificeren van mos, nee, sorry dat ik het zeg, maar voor zo’n studie moet je al bijna een zonderling zijn. Iemand met jouw kwaliteiten, Furufue, aan dergelijk onderzoek binden, dat wil ik je niet aandoen, of hoe zal ik het zeggen, dat wens ik je niet toe. En je niet blijven teren op je ouders, vind ik. Je vader mag dan nog zijn wie hij is. Hoe lang je hier ook blijft, een vaste aanstelling op de universiteit kunnen we je niet beloven.’ Mijn prof had me plotseling uitgenodigd in de kantine op de campus. (blz. 16)

Yoshio Furufue werkt op de universiteit en doet al jaren onderzoek naar mos. Hij wordt door zijn professor uitgenodigd voor een gesprek, want de universiteit heeft van de Fabriek een vacature ontvangen die perfect zou zijn voor Furufue. De Fabriek is namelijk op zoek naar een deskundige op het gebied van mos. Tijdens zijn sollicitatiegesprek krijgt hij te horen dat de daken van de vele fabrieksgebouwen van de Fabriek vergroend moeten worden met mos. Furufue mag zich hiermee bezig gaan houden.

‘Sorry, maar bedoelt u dat ik voorlopig met een projectteam aan de vergroening van de daken moet werken? Eerlijk gezegd, als we alles vanaf nul moeten uitvoeren zonder beroep te doen op een aanneemer, vind ik dat nogal efficiënt, en ik zie er ook de meerwaarde niet van in, als ik zo vrij mag zijn.’ ‘Ja, ja, ik snap het. Tijd vormt geen probleem. Zolang u in uw eigen tempo doet wat haalbaar is en zo de zaken vooruithelpt, is dat voldoende. Niemand zal u zeggen wanneer u met dit of dat klaar hoort te zijn.’ Kon de Fabriek het zich veroorloven zo rustig aan doen? Vonden ze dat geen tijdsverspilling? ‘Ik heb to nu toe classficiatie van mos gedaan, dat klopt, maar voor vergroening is volgens mij knowhow over de kweek ervan nodig. Zijn er plannen om naast mij nog specialisten in mos aan het Bureau toe te voegen? ‘Hm, wat dat punt betreft, momenteer bent u de enige van wie de aanstelling vaststaat, meneer Furufue.’ Goto glimlachte nog steeds, maar leek me ook enigszins medelijdend aan te kijken. Ik wist niet wat het precies was. Zijn wangen waren nog even rood. ‘Ik ben de enige?’ ‘Ja dus.’ ‘Ik in mijn eentje, vanaf nul? En waarom?’ Het was raar. Het was ongerijmd en bizar. Wiens idee was dit in godsnaam? (blz. 26)

Meneer Ushiyama is sinds kort werkloos, maar via een vriendin van hem die bij een uitzendbureau werkt krijgt hij een baantje bij de Fabriek. Zijn werkzaamheden bestaan uit het lezen en corrigeren van documenten.

‘Als je hier een poosje bent, zul je het wel snappen, denk ik, maar dit werk is nogal zinloos. We duiden met rood dingen aan, ja? En dan leveren we het in, ja? Nou, een poosje later vind je een envelop met dezelfde tekst, alleen staan er nu nog ergeren fouten in dan daarvoor. Je vraagt je af waar je mee bezig bent. We gaan ervan uit dat iemand onze correcties ziet en invoert, maar we weten niet wie. We moeten op vrij veel plekken rood aanbrengen, maar nergens is het zo erg dat het inhoudelijk iets verandert. Geregeld is er een spelfout of springt een alinea niet in of zo, maar meer niet. En omdat er oorspronkelijk niet echt grote fouten in zitten, kunnen we in principe ook onmogelijk belangrijke fouten begaan.’ ‘Maart toch…’ Plotseling sprak de uitzendkracht van middelbare leeftijd me aan. Het was niet hard, maar omdat wij tot nu toe op gedempte toon hadden gepraat, schrok ik er toch van. ‘Je moet er wel voor zorgen dat je hoe dan ook geen fouten maakt. Aftekenen, dat doet er niet toe, maar als er dan toch iets misloopt, dragen we gedeelde verantwoordelijkheid, dus breng ons niet in de problemen.’ (blz. 38)

Zal het deze mensen bevallen om in de Fabriek te werken?

Mening over het boek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
gekregen als recensieboek via de Club voor Echte Lezers
Wat vind je van het boek?
★★★★★
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, geheimzinnig, realistisch, verrassend
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
Er zijn drie hoofdpersonen: Yoshiko Ushiyama (papierversnipperaar), meneer Ushiyama (corrector) en Yoshio Furufue (mosspecialist)
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
nee, ik zou niemand willen ontmoeten, maar ik zou wel het terrein van de De Fabriek willen bezoeken.
Waar speelt het verhaal zich af?
op het terrein van De Fabriek
Wat vind je leuk aan dit boek?
Wat een geweldig verhaal! Het is een fascinerend verhaal waarin weinig gebeurt, maar waarin je toch door blijft lezen
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
geen idee
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
het verhaal deed me qua sfeer denken aan De Cirkel van Dave Eggers, aan Het Bureau van J.J. Voskuil en aan verhalen van Kafka
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
voor iedereen die houdt van bijzondere verhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ja, ik wil het boek nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen