boekomslag Arjen Lubach - Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend

Er zit een meisje op het bed van Benjamin. Ze is meegelopen naar zijn hotelkamer in Barcelona en ze lijkt niet van plan weg te gaan. En dat terwijl zijn vroegere hartsvriendin ieder moment op de stoep kan staan. De vierentwintigjarige Benjamin denkt terug aan zijn moeder, die hij veel te kort heeft gekend; aan de kaasfonduekoning; aan oom Otto; en aan Lotte, die op een dag zijn leven binnendenderde als een vrachtwagen een benzinestation.

Boekinformatie
Schrijver: Arjen Lubach
Titel: Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend
Uitgeverij: Meulenhoff
Jaartal: 2006
Bladzijden: 208
Genre: geen
Leeftijd: 18+

ikvindlezenNIETleuk meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Over het boek

Dit is het verhaal van mijn schuldgevoel: gedeeltelijk zoals het was en hoofdzakelijk zoals ik het me herinner. De laatste zeven maanden schrijf ik in de leeszalen van de Koninklijke Bibliotheek aan het Søren Kierkegaards Plads in Kopenhagen.
Ik ben nu zo’n zeventien maanden aan het schrijven en ik denk dat ik klaar ben. Het heeft moeite gekost me alles te herinneren en dingen zo weer te geven dat ze niet afleiden van waar het mij om ging. Of waar het Lotte om ging. Of mijn moeder. Of oom Otto.
Het denken aan vroeger is niet per se moeilijk. In de bibliotheek sluit ik soms mijn ogen en dan komt alles voorbij als een diavoorstelling in de filmzaal van een museum: ganzen op een boerderij waar ik logeerde, stickers op mijn slaapkamerdeur, de voorraad shampooflessen van mijn moeder, wakken in bevroren sloten, het schrift waar ik dingen in schreef die ik niet wilde vergeten om vervolgens te vergeten waar ik het schrift had verstopt, het gezicht van de buurman, de verschillende tegels op weg naar school – absoluut drie overslaan, anders komt mama straks niet meer thuis -, het cassettebandje met mijn eigen stem waardoor ze dacht dat ik in mijn kamer was, terwijl ik buiten zocht naar duidelijke aanwijzingen voor een schat.
De beelden zijn redelijk helder. Het allermoeilijkste is het aanbrengen van een volgorde. Om met een botte naald een draad te rijgen door alle jaren om te komen waar ik nu ben en te weten wat ik nu weet.
Ik ben vierentwintig jaar oud. Zoals de meeste verhalen kent dit verhaal grotere en kleinere schakels. Schakels die wanneer je ze weghaalt het verhaal in stukken zouden doen vallen en schakels die niemand ooit zou missen, hoe vaak het verhaal ook verteld wordt. (blz. 17)

Benjamin is 24 jaar en hij is in Kopenhagen om aan zijn boek te werken. Zijn moeder is overleden toen hij nog jong was. Benjamin kwam bij oom Otto te wonen.

Acht jaar geleden zat ik in De Kale Jonker met Lotte en oom Otto. Buiten reden rode stadsbussen in de regen. In de asbak lagen drie verbrande briefjes van vijfentwintig gulden en ik dacht aan de mogelijkheid om samen met Lotte een traditie te worden.
Lotte vroeg: ‘En nu?’
‘Nu niets,’ zei ik.
‘Wanneer bent u eigenlijk jarig?’ vroeg Lotte aan mijn oom.
‘Nooit,’ zei hij en stond op. Hij pakte zijn jas. ‘Ik ga naar huis,’ zei hij en liep naar de deur.
‘Tot vanavond,’ riep mijn oom. Hij zei het zo hard dat hij het tegen het hele café leek te zeggen.
Mijn oom was nooit jarig, had geen aantoonbaar verleden, geen doelen die verder lagen dan overmorgen, droeg linnen pakken in de herfst en had mij willen ruilen voor een kistje wijn. En bij hem woonde ik in huis.
Op een dag had hij mij opgehaald van het station. Punt. Ik zou willen zeggen: op een dag had hij mij opgehaald van het station, hebben we twee weken gescrabbeld, waterijs gegeten, gelachen om zijn sterke verhalen en toen ging ik weer naar huis. Maar dat is niet gebeurd. Hij had mij opgehaald van het station en dat was het. Daar moest ik mee leven.
De nacht nadat hij mij had opgehaald lag ik in bed in een kale kamer en pakte mijn schrift. Ik begon aan een brief aan mijn moeder, alsof we die de volgende dag zo op de bus konden doen. De eerste vraag in de brief was: hoeveel postzegels is het naar de hemel? De tweede vraag was: wie is oom Otto?
Jaren later in De Kale Jonker zat ik nog altijd met die laatste vraag. (blz. 93)

Waarom schrijft Benjamin zijn verhaal op? Waarover voelt hij zich schuldig? Waarom schrijft hij in Kopenhagen? Wie zijn Lotte en oom Otto?

Mening over het obek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
ik heb een dwarsligger als recensieboek gekregen van uitgeverij Ambo|Anthos (deze uitgeverij geeft boeken van verschillende uitgeverijen als dwarsliggers uit)
Wat vind je van het boek?
★★★☆☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Ik vond de tekst op de achterkant leuk
Welke steekwoorden passen bij het boek?
realistisch, traag
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Bejamin
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
nee, ik wil niemand ontmoeten
Waar speelt het verhaal zich af?
het verhaal speelt zich af in Barcelona
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het leuk om via herinneringen van Benjamin meer over hem te weten te komen
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind het verhaal nogal traag, en daardoor kwam ik niet goed in het verhaal
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor mensen die houden van realistische verhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen