boekomslag Adib Khorram - Darius de Grote is niet oké

Darius weet meer over de Hobbit-cultuur dan over de Perzische. Zijn moeder is Iraanse, zelf heeft hij eigenlijk niets met het land. Maar als zijn grootvader ernstig ziek blijkt te zijn, reist hij met zijn familie af naar Yazd. Daar voelt Darius zich buitengesloten te midden van zijn eigen familie. Maar hij is het wel gewend – door zijn depressie heeft hij nooit het gevoel ergens makkelijk in te passen. Dan ontmoet Darius Sohrab. Al snel brengen de twee jongens al hun tijd samen door. Door Sohrab voelt Darius zich beter over wie hij is, terwijl Sohrab zelf veel zorgen heeft: zijn vader zit in de gevangenis en hij heeft al maanden niets meer van hem gehoord. Terwijl Darius zich steeds meer verbonden voelt met zijn moederland, toont zich ook de donkere kant van leven in Iran – en verandert zijn leven voorgoed.

ikvindlezenNIETleuk meer info over boek

Over het verhaal

Sissende stoomwolken. Zweet dat langs mijn nek omlaag droop.
Smaug de Verschrikkelijke was woedend op me.
‘Wat betekent dat -FILTER ERROR?’ vroeg ik.
‘Hier.’ Meneer Apatan schudde even met de slang die in Smaugs glimmend verchroomde rug verdween. De rood knipperende foutmelding ging uit. ‘Zo beter?’
‘Ik denk het.’
Smaug pruttelde tevreden en begon weer te koken.
‘Goed. Heb je op knopjes gedrukt?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Alleen om de temperatuur te controleren.’
‘Dat hoeft niet, Darius. De temperatuur blijft altijd 100 graden.’
‘O ja.’
Het had geen zin om Charles Apatan, de manager van de Tea Haven in het winkelcentrum van Fairview Court, tegen te spreken. Ondanks alle artikelen die ik voor hem had geprint omdat hij weigerde ze online te lezen, bleef hij volhouden dat elke theesoort altijd met kokend water moet trekken, of het nu een robuuste Yunnan is of een kwetsbare Gyokuro.
Niet dat Tea Haven ooit zulke verfijnde thee in het assortiment had. Alles wat wij verkochten was ‘versterkt met antioxidanten’, ‘verrijkt met natuurlijke superfruitextracten’ of ‘voor schoonheid en gezondheid’.
Smaug de Hopeloos Grillige was onze industriële waterkoker. De eerste week dat ik hier werkte had ik hem Smaug gedoopt, nadat ik drie keer op één dag kokend water over me heen had gekregen. Maar tot nu toe had niemand anders bij Tea Haven die bijnaam overgenomen.
Meneer Apatan gaf me een lege thermoskan met een pompkraantje bovenop. ‘We hebben meer Fruitige Blauwe Bosbes Açaibesthee nodig.’
Ik schepte thee uit het feloranje blik in het filterbakje, deed er twee lepels kandijsuiker bij en schoof het onder de tuit. Smaug de Onbetwistbaar Druk Leverende spuwde zijn stomende inhoud in de thermoskan. Ik kromp ineen toen er kokend water op mijn handen spatte.
Smaug de Grootste en Voornaamste van alle Rampen had weer eens gezegevierd.

Darius is 16 jaar en werkt na school bij Tea Haven in het plaatselijke winkelcentrum. Darius houdt van thee. Hij komt uit een familie waar eten belangrijk is. Zijn vader is Amerikaan en zijn moeder komt uit Iran. Zijn moeder belt regelmatig online met haar ouders. Darius heeft zijn grootouders nog nooit in het echt gezien, want zijn moeder is nooit meer terug geweest in Iran.

Ik pakte papa’s medicijnpotje en zette het op het aanrecht. Daarna maakte ik dat van mij open en schudde mijn pillen eruit.
Papa en ik namen allebei pillen tegen depressie.
Behalve Star Trek en geen Farsi spreken was depressiviteit zo ongeveer het enige dat we gemeen hadden. We gebruikten verschillende geneesmiddelen maar hadden dezelfde dokter, wat ik nogal eng vond. Ik was als de dood dat dokter Howell mijn vader over mij zou vertellen, al wist ik dat hij dat niet mocht doen. Maar dokter Howell was altijd eerlijk tegen mee, dus probeerde ik me niet te veel zorgen te maken.
Ik stopte de pillen in mijn mond en goot het hele glas water erachteraan. Papa stond naast me te kijken alsof hij zich zorgen maakte dat ik erin zou stikken. Hij had dezelfde teleurgestelde uitdrukking op zijn gezicht als toen ik hem vertelde dat Fatty Bolger mijn zadel had vervangen door blauwe truck nuts.
Hij schaamde zich voor mij. Of voor ons allebei. Je hoorde geen medicijnen tegen depressiviteit nodig te hebben.
Hij slikte zijn pillen droog door en ik zag hoe zijn adamsappels op en neer gaan. Daarna keek hij me aan en zei: ‘Je hebt zeker wel gehoord dat baboe vandaag naar de dokter is geweest?’
Hij sloeg zijn ogen neer. Er viel een level 3-pijnlijke stilte, alsof interstellair waterstof door zwaartekracht naar elkaar toe getrokken werd en een nieuwe nevel vormde.
’Ja. Uh.’ Ik slikte. ‘Voor zijn tumor?’
Ik vond het nog steeds moeilijk om dat woord hardop te zeggen.
Tumor.
Baboe had een hersentumor.
Papa keek even naar de turbolift-deur, die nog dicht was, en toen weer naar mij. ‘Zijn laatste tests zagen er niet goed uit.
’O.’ Ik had baboe nog nooit in het echt ontmoet, alleen via de computer. En hij praatte eigenlijk nooit tegen mij. Zijn Engels was goed genoeg. De paar woorden die ik uit hem kreeg waren goed verstaanbaar, ondanks zijn accent. Maar hij had me gewoon niet veel te zeggen.
Ik hem trouwens ook niet.
’Hij wordt niet meer beter, Darius. Het spijt me.’
Ik rolde het glas tussen mijn handen.
Het speet mij ook. Maar niet zoveel als zou moeten. Daar voelde ik me schuldig over.
Mijn grootvaders rol in mijn leven was tot nu toe volledig digitaal geweest. Ik wist niet hoe ik bedroefd kon zijn over zijn dood.
Zoals ik al zei: het stuwmeer in me was geblokkeerd.
’Wat gaat er nu gebeuren?’
’Mama en ik hebben het besproken,’ zei papa. ‘We gaan naar Iran.’

Een paar weken later landt de hele familie op het vliegveld van Teheran.

Het was buiten kouder dan ik had verwacht. Ik rilde ondanks de warmte van Laleh tegen mijn rug. Ik droeg een T-shirt met lange mouwen en een broek – mama had gezegd dat dat het beste was voor de douane – en ik wou dat ik een hoodie aanhad, maar die zaten allemaal in mijn koffer.
Teheran rook niet zo heel anders dan Portland. Ik denk dat ik half en half verwacht had dat het overal naar rijst zou ruiken. (Eerlijk gezegd ruiken de meeste Iraanse huizen, ook Half Iraanse huizen zoals dat van ons, wel een beetje naar basmatirijst.) Maar de lucht in Teheran was gewone stadslucht met de geur van uitlaatgassen. Het rook alleen minder naar natgeregende aarde zoals in Portland.
Een harde gil doorsneed de nacht, als het gekrijs van een Nazgûl. Ik liet Laleh bijna vallen.
’Eyyyyyyyy!’
Mamoe – mijn echte oma van vlees en bloed – kwam gillend op ons af. Ze stortte zich op mama, greep haar gezicht vast en zoende haar op beide wangen, links-rechts-links. Daarna omhelsde ze haar zo stevig dat de romp van een sterrenschip erdoor zou worden geplet.
Mama lachte en omhelsde haar moeder voor het eerst in zeventien jaar.
Zo gelukkig had ik haar nog nooit gezien.

Dayi Djamsjied had mamoe naar Teheran gereden en we stapten allemaal in zijn zilverkleurige SUV voor de rit naar Yazd. Mama ging naast hem voorin zitten. Ze praatten in het Farsi en deelden een zak met tokhmeh – geroosterde pompoenpitten die het lievelingssnoep zijn van Echte Iraniërs over de hele wereld. Papa zat achterin met Laleh languit op zijn schoot. Ze was eindelijk ingestort, maar pas nadat ze bijna doodgeknuffeld was door mamoe en dayi Djamsjied.
Ik zat met mamoe op de middelste bank.
Fariba Bahrami was een kleine vrouw – ik had haar altijd alleen maar vanaf haar schouders omhoog geizen – maar toen ze haar armen om me heen sloeg, was het alsof ze zestien jaar knuffels voor me had opgespaard. Ze hield de hele rit haar arm om me heen en drukte me tegen zich aan.
Ik keek naar haar handen. Ik had de handen van mijn oma nog nooit gezien.
Mamoe hield haar nagels kort en netjes gevijld, met granaatappelrode nagellak. Haar parfum rook naar perziken. En ze was zo warm. Ze hield me stijf tegen zich aan, alsof ze bang was dat ik anders het raam uit zou waaien.
Misschien probeerde ze de gemiste knuffels van een heel leven tijdens één autorit in te halen.

Darius ziet zijn Iraanse familie voor het eerst in het echt. Hij kan geen Farsi spreken, omdat zijn moeder hem dat nooit geleerd heeft. Zijn jongere zusje heeft dat wel geleerd. Het is lastig om te communiceren met zijn grootouders, omdat zij weinig Engels kennen. Een buurjongen van zijn grootouders, Sohrab, neemt hem mee om de stad te ontdekken.

We gebruikten maar het halve veld. Voor twee tegen twee was het hele veld natuurlijk veel te groot.
Sohrab was onze aanvaller en ik dus verdediger, maar het kwam erop neer dat we allebei over het hele veld speelden.
Ali-Reza was de aanvaller van het team van hem en Hossein, maar Sohrab was zo fel at Anti-Reza het grootste deel van de tijd Hossein moest helpen verdedigen tegen Sohrabs aanvallen op hun doel.
Coach Henderson zou genoten hebben van Sohrabs agressie.
Ali-Reza was trouwens ook best agressief. Ik moest heel wat doelpunten voorkomen, wat meestal lukte door een combinatie van geluk, toeval en wat mijn lichaam geleerd had tijdens de trainingen voordat ik met mijn medicijnen begon.
Ik had blijkbaar verkeerd begrepen hoe Sohrab en Ali-Reza met elkaar omgingen. Ze hadden gedaan alsof ze vrienden waren, maar nu werd duidelijk dat ze een soort persoonlijke vete uitvochten die alleen met voetbal kon worden beslist.
Ze vochten nog veel feller dan Trent Bolger en Cyprian Cusumano, en ik verstoorde het evenwicht in hun strijd door te voorkomen dat Ali-Reza scoorde.
Het mooiste was toen ik Ali-Reza met een sliding de bal afpakte en die naar Sohrab passte. Ik zat onder de grasvlekken, maar op dat moment voelde ik me heel Iraans.
Ali-Reza siste en rende achter Sohrab aan, die Hossein ontweek en weer een doelpunt maakte.
’Pedar sag,’ snauwde Ali-Reza toen hij met Sohrab terugliep naar de middenstip.
Sohrab bleef staan en zei iets tegen Ali-Reza. Ze schreeuwden zo snel tegen elkaar in het Farsi dat ik er geen woord van verstond. Ali-Reza gaf Sohrab een zet en Sohrab duwde terug. Ik dacht dat het nog verder uit de hand zou lopen, maar toen begon Hossein ook te schreeuwen.
Daar begreep ik ook niet veel van. Ik ving alleen het woord nakon op. Dat betekent ‘niet doen’. Ik nam aan dat hij zei deat ze moesten ophouden.
Sohrab schudde zijn hoofd, rende naar mij toe en sloeg me op mijn schouder. ‘Goed gedaan, Darioesj.’
’Bedankt,’ zei ik. Maar voordat ik kon vragen wat er was gebeurd, rende Sohrab alweer weg.

Darius en Sohrab worden vrienden en ze zien elkaar regelmatig. Ondertussen gaat het met zijn grootvader steeds slechter. Zal zijn grootvader overlijden? Gaat de familie van Darius dan weer terug naar Amerika? Moet Darius dan afscheid nemen van zijn nieuwe vriend?

Mening over het boek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
Geleend bij de bibliotheek
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, dit boek was genomineerd voor Beste Boek voor Jongeren 2020
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, ontroerend, realistisch, verrassend, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Darius
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
ja, ik wil Darius ontmoeten en zijn opa. En dan een heerlijke kopje thee drinken
Waar speelt het verhaal zich af?
het verhaal speelt zich grotendeels af in Iran
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het leuk dat thee een rol in het verhaal speelt
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind het niet leuk dat Darius gepest wordt
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
er is een vervolg op dit boek uit, maar dat is nog niet vertaald
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor jongeren vanaf een jaar of 14 die houden van realistische verhalen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen, Ik wil het volgende boek uit deze serie lezen