boekomslag Evert Hartman - Oorlog zonder vrienden

De hoofdpersoon, de 14-jarige Arnold, is geen verzetsheld. Hij is zelfs niet tegen de Duitsers! Arnolds vader is ervan overtuigd dat bij volk en vaderland het beste dient door het nieuwe bewind te steunen. Hij is dus lid van de NSB en Arnold van de jeugdstorm. Arnolds klasgenoten vinden dat niet zo vanzelfsprekend. Hij wordt voortdurend gepest en getreiterd, soms afgetuigd. Maar Arnold ziet niet in waarom bij ‘fout’ zou zijn, want hij gelooft heilig in wat de partij propageert. Hij helpt Duitsers en geeft klasgenoten aan, ook al zit dat laatste hem niet lekker. Zo speelt hij de rol die zijn vader hem voorschrijft. Dan ontdekt Arnold dat het meisje op wie hij verliefd is ondergronds werk doet. En hij besluit tegen alle orders in te zwijgen. Nu komt bij helemaal alleen te staan: thuis kan hij geen open kaart spelen en zijn klasgenoten vertrouwen hem tóch niet. Arnold beleeft een moeilijke en angstige tijd – zonder vrienden.

Boekinformatie
Schrijver: Evert Hartman
Titel: Oorlog zonder vrienden
Uitgeverij: Lemniscaat
Jaartal: 1979
Bladzijden: 296
Genre: oorlog & verzet
Leeftijd: 12+

ikvindlezenNIETleuk meer info over boek

Luister naar het begin van dit boek...

Of klik hier en ga naar het Youtube-kanaal van Ikvindlezenleuk

Over het verhaal

Arnold had het beter niet kunnen zeggen. Met de rug tegen de schoolmuur zag hij de drie fors gebouwde jongens op zich afkomen. Ze hadden een blik in hun ogen die niets vriendelijks had.
‘Zeg dat nog eens!’ De stem van de middelste, een jongen met slordige blonde haren, was hees van woede.
Arnold was niet bang uitgevallen; hij begreep echter dat het weinig zin had een bij voorbaat verloren vechtpartij uit te lokken. Ongemerkt trok hij zijn rechtervoet op om zich in geval van nood tegen de muur te kunnen afzetten. Maar hij zweeg.
De blonde knaap stond een meter van hem af toen hij nadrukkelijk herhaalde: ‘Zeg dat nog eens…, vuile NSB-er!’ (blz. 5)

Het is 1942 en Arnold heeft net gezegd dat mensen die geloven dat de koningin vanuit Engeland iets voor Nederland kan doen idioten zijn. De drie jongens die op hem af komen lopen zijn boos en er volgt een vechtpartij. Ze worden door de rector uit elkaar gehaald en moeten met hem mee naar binnen. Arnold is woedend en gaat niet mee naar binnen. Hij rent het schoolplein af en gaat naar huis. Hij weet zeker dat niemand hem gelooft. De volgende ochtend doet Arnold alsof hij naar school gaat, maar hij wandelt de andere kant op. Hem zien ze niet meer op school, Arnold is er klaar mee. Tijdens het wandelen komt hij een groepje Duitse militairen tegen. Ze vragen om zijn hulp bij het uitladen van een boot. Arnold helpt graag mee, totdat ze in de verte vliegtuigen horen…

Als hij meteen gereageerd had, had Arnold misschien nog weg kunnen komen. In plaats daarvan stond hij als versteend naar de nadering van de Engelse jagers te kijken tot één van de Duitse militairen hem onzacht tegen de grond sleurde. Het volgende moment lagen ze met zijn vijven plat achter de stapels kisten.
Het eerste wat hij hoorde was een hoge janktoon die snel aanzwol tot een oorverdovend gieren. Toen barstte de hel los. Ratelende mitrailleurs zonden een stroom van kogels omlaag. Als hagelstenen spatten de projectielen op de steiger, boorden zich in de schepen en spoten fonteinen water omhoog. Tegelijk met de over hen heen flitsende schaduw van de machine veranderde het gieren in een donderend gebulder. Het vliegtuig scheerde over de rivier, klom toen snel en begon aan een grote bocht.
Met zijn gezicht stijf tegen het beton hoorde Anton de volgende jager aankomen, vrijwel onmiddellijk gevolgd door nummer drie. Hij rook de doordringende stand van uitlaatgassen. De angst kroop hem naar de keel. (blz. 21)

Als de vliegtuigen weer wegvliegen zien Arnold en de militairen dat één van de piloten met een parachute naar beneden komt. Arnold helpt de militairen om de piloot te zoeken. De piloot wordt gevangen genomen.

Arnold voelde zich opeens moe. Zijn benen trilden nog steeds en in zijn keel was een benauwde kramp die hij niet kon wegslikken. Onzeker ging hij op een omgevallen boom zitten, zijn hoofd in de handen.
Hij had er goed aan gedaan de militairen de weg te wijzen. Dat wist hij zeker. De Engelsen waren immers Nederlands grootste vijanden. Dat had hun leider Mussert zelf gezegd, vijanden van het vaderland. En nog niet zo lang geleden had hij op de Jeugdstorm plechtig gezworen het vaderland trouw te zijn. Samen met zijn kameraden had hij beloofd het vaderland desnoods te zullen verdedigen tot de dood toe. En was dat vanmorgen niet gebeurd? Een kogelregen was over hem heengegaan. Maar hij was niet geraakt. Was het een wonder? Of was dat de besturing van een Hogere Macht?
Hij keek omhoog, waar de boomtoppen geruststellend ruisten. En opeens moest hij denken aan de belangrijkste spreuk van de Jeugdstorm: ‘In Godsvertrouwen alles voor het Vaderland.’ En nu wist hij ook wat dat woordje ‘alles’ voor hem betekende: hij moest zich tot het uiterste voor het vaderland inspannen. Al was het nog zo moeilijk. Al moest hij ervoor door een hel van pesterijen en verdachtmakingen. (blz. 25)

Op een dag mag Arnold met zijn vader mee naar een grote bijeenkomst in Utrecht van de NSB. Samen met de andere jongeren van zijn Jeugdstormafdeling gaat Arnold met de bus. Iedereen is in een feeststemming. Bij de bijeenkomst lopen de Jeugdstormleden zingend de zaal binnen.

Met het einde van het lied hielden ze halt. De trommels en trompetten verstomden, maar van de tribunes barstte een donderende ovatie los.
Arnold stond stram in de houding. Dit was het dus, dacht hij – de lotsverbondenheid waar zijn vader zo vaak over gesproken had. Die zeldzame kameraadschap die je alleen kon treffen bij Nationaal-Socialisten. Hij begreep niet dat niet veel meer mensen daarvan doordrongen waren. Of zou het dan waar zijn wat één van hun leiders pas had gezegd: ‘Slechts enkelen zijn zo bevoorrecht klaar en helder te zien wat er in de mensen en de jeugd leeft en straks zal groeien’? Was hij een van die bevoorrechten?
Plotseling viel er een ademloze stilte. Arnold rekte zijn nek uit. ‘De Leider!’ riep iemand.
Daar kwam hij! Rustig daalde hij de monumentale trap af en schreed het stadion binnen. Het was voor het eerst dat Arnold hem zag. Hij was kleiner dan hij had gedacht. En even onderging hij dat als een teleurstelling. Op de foto’s die hij van hem gezien had leek hij veel groter. Maar hij liep veerkrachtig en vastberaden. (blz. 79)

Arnold vindt het geweldig om bij deze bijeenkomst te zijn. De zaal zit vol met energie. Zal Arnold zich met alles blijven inzetten voor zijn vaderland?

Mening over het boek

Recensie van Ikvindlezenleuk (Mathilde) (ouder dan 18 jaar)
Hoe kom je aan het boek?
meegenomen bij Leeszaal West in Rotterdam
Wat vind je van het boek?
★★★★☆
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant, Ik vond de tekst op de achterkant leuk, Ik heb al andere boeken van deze schrijver gelezen, ik heb dit boek vroeger gelezen en wilde het herlezen
Welke steekwoorden passen bij het boek?
fascinerend, realistisch, zielig
Staan er illustraties in het boek? Wie heeft ze gemaakt? Wat vind je van de illustraties?
nee
Is het boek moeilijk of gemakkelijk te lezen?
Gemiddeld
Waar gaat het verhaal over?
zie hierboven
Wie is de hoofdpersoon?
De hoofdpersoon is Arnold
Zou je iemand uit het verhaal willen ontmoeten? Waarom? En wat zou je dan gaan doen?
nee, ik wil niemand ontmoeten
Waar speelt het verhaal zich af?
in de stad waar Arnold woont
Wat vind je leuk aan dit boek?
ik vind het interessant dat je het verhaal leest vanuit een jongen die opgroeit in een NSB-gezin
Wat vind je niet leuk aan dit boek?
ik vind het niet leuk dat Arnold zo’n opvliegende jongen is
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
nee
Voor wie zou dit een leuk boek zijn?
Voor iedereen vanaf een jaar of 11 die interesse heeft in verhalen die zich in de Tweede Wereldoorlog afspelen
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ik wil het boek misschien nog een keer lezen, Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen